Nederlanders overzee Inleiding

De hofreis

400 jaar Nederland-Japan

Met De Liefde naar Japan

Opperhoofden op Hirado en Deshima 400 jaar handelsbetrekkingen Ned. - Japan
Nederlanders in Japan 1600-1641 Nederlanders in hedendaags Japan
(wonen, werken en studeren in Japan)
Nederlanders in Japan 1641-1853
Nederlanders in Japan na 1853

Klik hier, als links het navigatiemenu ontbreekt.


Nederlanders in Japan - na 1853

Als de Amerikaanse commandant Perry in 1854 inderdaad terugkeert is de dreiging te groot en zwicht het shogunaat. Amerika sluit als eerste een voorlopig vriendschapsverdrag (Kanagawa, 31 maart 1854) en mag de havens van Shimoda en Hakodate gebruiken. In Shimoda komt een Amerikaanse consul.
Hierna sluiten de Engelsen (Nagasaki, 14 oktober 1854), de Russen (Shimoda, 7 februari 1855) en later ook de Nederlanders (Nagasaki, 30 januari 1856) een dergelijk vriendschapsverdrag. Voor Nederland gebeurde dat door het toenmalige opperhoofd van Deshima, Donker Curtius. Nederland was niet echt tevreden en kon later nog een aantal wensen toevoegen en dacht hiermee een soort voorbeeld voor de andere landen te hebben geschapen voor een later nog af te sluiten handelsverdrag. De Amerikanen wilden hier echter niets van weten en sloten een eigen nieuw verdrag met Japan (29 juli 1858). De Amerikanen bereikten veel meer dan de Nederlanders en de Nederlanders sloten ook weer een nieuw verdrag (18 augustus 1858). Ook voor dit verdrag werd onderhandeld door Donker Curtius en door hem ondertekend. Vanaf dit moment was hij echter geen opperhoofd meer, maar een diplomatiek vertegenwoordiger van de Nederlandse regering. Einde van het Deshima tijdperk. Voor de Nederlanders was het nu wel teleurstellend dat hun leidende rol in de relatie met Japan was afgelopen en was overgenomen door de Amerikanen, die allerlei initiatieven konden nemen en ook namen. 1)
Nu de wereld zich opende voor de Japanners was het voor een aantal van hun weer teleurstellend dat de Nederlandse taal die zij zich eigen hadden gemaakt via 'rangaku' (studie Nederlandkunde), internationaal niets voorstelde. Zij hoorden nu weer een andere vreemde taal: het Engels, dat veel belangrijker bleek te zijn.

Het was ook duidelijk voor de shŰgun dat Japan snel gemoderniseerd moest worden en riep later Nederland te hulp voor het opbouwen van een Japanse marine en het bouwen van stoomschepen. De Nederlandse regering biedt het raderstoomschip Soembing (Kwanko Maru of Vuurschip) aan. De Nederlanders bouwen een machinefabriek, zetten een marineschool op en leiden Japanse marine officieren op (hier speelde Gerhardus Fabius een belangrijke rol). De Japanners worden enthousiast en bestellen een stoomschip in Nederland (nadat Amerika het niet had aangedurfd wegens de burgeroorlog aldaar). Het moest een schroefstoomschip zijn (dus geen raderboot), groter dan ooit was gebouwd in Nederland. Het stoomschip (Kaiyo Maru of Dageraad)  werd gebouwd op de werf "De Merwede" van Gips en Zonen te Dordrecht en liep in het najaar van 1865 van stapel. Via Kaap de Goede Hoop en AustraliŽ voer men naar Japan.

In Nederland had Von Siebold eind 1858 gehoord dat zijn verbanning naar Japan was opgeheven en hij maakte terstond plannen om naar Japan terug te keren. Hij had graag willen helpen met bemiddelen en opstellen van de verdragen met Japan, maar zijn samenwerking met de Nederlandse regering was te zeer verstoord (hij had inmiddels ook voor de Russen gewerkt). Hij vertrok in april 1859 (dus na het afsluiten van de verdragen) naar Japan, nu als een vertegenwoordiger van de Nederlandse Handelmaatschappij. Mede door zijn ego wordt hij in oktober 1861 weer verbannen. In april 1862 verlaat hij Japan en gaat in Duitsland wonen. Daar overlijdt hij op 18 oktober 1866.

In Japan was de toestand in die tijd zeer verward geworden. De positie van de Tokugawa shŰgun was behoorlijk verzwakt en globaal kan men stellen dat er nu drie stromingen actief waren:
Een groep die de wereldlijke macht van de keizer weer terug wilde
Een groep die alle buitenlanders het land uit wilden hebben en
Een groep die Japan juist open wilden stellen voor de buitenlanders
en een mengvorm van de eerste twee groepen.
De shŰgun probeerde hier tussendoor te laveren, maar wilde eigenlijk de situatie, afsluiting van Japan en handel met alleen Nederland en China, handhaven. Voornamelijk omdat hij dacht (en met hem veel andere Japanners) dat dit veiliger en beter zou zijn voor (de identiteit van) Japan. Zoals hierboven vermeld staat, resulteerde dit echter uiteindelijk toch in de ontsluiting van Japan via de verdragen met de verschillende mogendheden.
Dat de toestand daarna nog zeer explosief was merkte de bemanning van het Nederlandse schip "Medusa" dat op 15 maart 1863 bij Nagasaki arriveerde. Het was de leenheer van Choshu (prins van Nagato) die in opstand kwam. Zijn grondgebied grensde aan de straat van Shimonoseki. Toen de Medusa later op 11 juli langs Shimonoseki voer werd het beschoten door Japanse kustbatterijen en Japanse schepen. Er vielen vier doden en een aantal gewonden. De internationale mogendheden zouden op 5 en 6 september wraak nemen. Britse, Nederlandse, Franse en Amerikaanse schepen versloegen uiteindelijk de prins van Nagato.

In de periode 1872-1903 verrichtten een aantal Nederlandse ingenieurs baanbrekend werk op het gebied van waterbeheer (tegenwoordig heet dit watermanagement) in Japan. Er werden kanalen aangelegd om land te kunnen bevloeien, sluizen gebouwd en er wordt een vast peilniveau bepaald, een soort NAP.
Ingenieurs die daar gewerkt hebben waren o.a.: C.J. van Doorn, I.A. Lindo, J. de Rijke, G.A. Escher (de vader van de graficus M.C. Escher) en J.A. Kalis. De meesten blijven er er een paar jaar, alleen Johannis de Rijke verblijft er 30 jaar, van 1873-1903.
In Japan worden deze ingenieurs nog steeds geŽerd maar in Nederland is het een redelijk onbekende periode in de geschiedenis van de Nederlanders in Japan. Deze periode is recent weer opgehaald door Louis van Gasteren, met het boek "In een Japanse stroomversnelling" (met bijdragen van vele anderen) en een gelijknamige film.

1) Een duidelijk beeld van de Nederlandse inbreng in Japan in deze periode geeft de scriptie van Rik van Lente (Erasmus Universiteit Rotterdam), 'Nederland en de opening van Japan, 1844-1858'.
Bij de Literatuurlink hieronder staat een link naar het pdf-bestand.

Links

Literatuur


Deze pagina is een onderdeel van Uchiyama's website over Japan
terug naar begin