Nederlanders overzee Inleiding

De hofreis

400 jaar Nederland-Japan

Met De Liefde naar Japan

Opperhoofden op Hirado en Deshima 400 jaar handelsbetrekkingen Ned. - Japan
Nederlanders in Japan 1600-1641 Nederlanders in hedendaags Japan
(wonen, werken en studeren in Japan)
Nederlanders in Japan 1641-1853
Nederlanders in Japan na 1853

Klik hier, als links het navigatiemenu ontbreekt.


Nederlanders in Japan 1600-1641(VOC)

Toyotomi Hideyori (1593-1615), de zoon van Toyotomi Hideyoshi (1536-1598), was door zijn vader als diens opvolger benoemd, maar was in 1598, bij het overlijden van zijn vader pas 5 jaar oud. Het bestuur van het land kwam daardoor bij een college van regenten te liggen. Dit waren de 5 belangrijkste daimyô van het land en één van hen was Tokugawa Ieyasu (1542-1616).

Er waren dus 5 regenten en geen shôgun in Japan toen de Nederlanders op 19 april 1600 in Japan landden, maar het was Tokugawa Ieyasu die met de stuurman William Adam wilde spreken om te horen wie zij waren en wat zij kwamen doen. Adams, vergezeld door Jan Joosten van Lodensteyn, werd door 5 jonken opgehaald en reisden via de Japanse binnenzee naar Osaka, terwijl de kapitein van De Liefde met anderen hun schip naar Osaka moesten zeilen. Een nadeel voor de Nederlanders bij de besprekingen (of verhoren) was wel dat de Jezuïeten, die al sinds de helft van de 16e eeuw in Japan waren, als tolk moesten dienen en dat Nederland nog in oorlog was met Spanje en Portugal (die overigens toen één waren). Het gesprek verliep echter niet ongunstig ondanks voorstellen van de Jezuïeten om de Nederlanders maar te doden, daar zij onbetrouwbaar zouden zijn. Zij zouden zeerovers zijn, zij hadden immers wapens aan boord. Adams heeft Tokugawa ervan kunnen overtuigen dat het drijven van handel het voornaamste doel van de reis was geweest. Overigens dacht men dat Tokugawa de keizer was, gezien zijn status en luxe in zijn paleis in Osaka. Vrij snel hierna moest de bemanning het schip De Liefde naar Edo varen, maar daar brak het in tweeën en verging.

In de tijd van Oda Nobunaga (1534-1582) was het voorspoedig gegaan met de verspreiding van het katholieke geloof in Japan door de Jezuïeten, waarbij ook verscheidene daimyô zich hadden bekeerd tot het katholieke geloof. De opvolger van Nobunaga, Toyotomi Hideyoshi, zag er aanvankelijk ook niet veel kwaad in maar toen later de macht van de Jezuïten, o.a. door de bekeerde daimyô's, zo zeer toenam, trad hij toch op in 1597 en bracht 26 missionarissen ter dood. Hierdoor is de situatie van de Jezuïeten ook wat labiel in april 1600 als de Nederlanders arriveren.

William Adams wist het vertrouwen van Tokugawa Ieyasu te winnen, mede door zijn nautische kennis en z'n kennis van de scheepsbouw. Het is zeer waarschijnlijk dat Tokugawa Ieyasu de vuurwapens van het schip De Liefde heeft gebruikt in oktober 1600 tijdens de grote en voor Japan zo belangrijke slag bij Sekigahara (tussen de in twee kampen verdeelde regenten). Volgens sommige bronnen heeft hij 18 kanonnen van de Nederlanders gebruikt en deze kanonnen zouden wel eens doorslaggevend kunnen zijn geweest bij de uiteindelijke overwinning van Tokugawa Ieyasu. Zo gezien hebben de Nederlanders een beslissende invloed gehad op de geschiedenis van Japan. Hoewel Tokugawa hierna nog wel met een aantal opstandige daimyô moest strijden verkreeg hij door de winst in de slag van Sekigahara in feite de alleenheerschappij over Japan. In 1603 werd hij de eerste Tokugawa shôgun en werd de bakufu (het administratief-militaire apparaat achter de shôgun) verplaatst naar Edo, het huidige Tokyo. Hier kwam dus de militaire regering te zetelen maar Kyoto bleef de hoofdstad, daar zat immers nog altijd de keizer.

William Adams, in Japan bekend onder zijn Japanse naam Miura Anjin, mocht Japan niet meer uit en trouwde een Japanse vrouw. In 1605 vertrok Jacob Quackernaeck (de voormalige kapitein van De Liefde) met Melchior van Santvoort met een papier van de shôgun per schip vanuit Hirado naar een Nederlandse factorij in Patani (Malakka) om handel tussen Nederland en Japan te bevorderen. Melchior keerde weer terug naar Japan en ging in Sakai wonen. Ook hij trouwde een Japanse vrouw en stichtte een gezin. Quackernaeck overleed in een gevecht met de Portugezen.

handelspas uit 1609

De handelspas uit 1609, uitgereikt aan de Nederlanders.

Pas in 1609 kwamen de eerste VOC schepen, de 'Rode Leeuw met Pijlen' en de 'Griffioen' onder leiding van Jacques Groenewegen aan in Japan, in Hirado, waar de Nederlanders waren. De kooplieden die waren meegekomen, Nicolaas Puyck en Abraham van den Broeck (als VOC vertegenwoordigers), hadden een brief van Prins Maurits bij zich met het verzoek om de havens van Japan open te stellen voor Nederlandse schepen en om handelsbetrekkingen tussen Nederland en Japan te beginnen. Samen met Melchior van Santvoort brachten zij persoonlijk de brief (met de nodige geschenken) naar de shôgun. In feite was dit de eerste hofreis van de Nederlanders. De shôgun stemde toe en op 24 augustus 1609 ontving Jacques Groenewegen voor de Nederlanders de officiële handelspas. Men opende direct een handelspost (factorij) op Hirado met Jacques Specx als eerste hoofdkoopman of "opperhoofd" vanaf 1609. Hirado, een klein plaatsje op een eiland ten noordwesten van Nagasaki, werd een belangrijke handelspost voor de Nederlanders tot 1641. Daar hadden de Nederlanders nog wel de nodige bewegingsvrijheid, iets dat dramatisch zou veranderen in 1641, met de 'verbanning' naar Deshima.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van opperhoofden van 1609-1641 in Hirado. Een complete lijst van opperhoofden (of opperkoopmannen) wordt gegeven in de pagina Opperhoofden op Hirado en Deshima.
De handel valt aanvankelijk nog wat tegen maar wordt in de loop van de tijd beter.

Lijst van opperhoofden
1609 - 1641

Bron is een officiële bijgehouden VOC-lijst.

1609-1612

Jacques Specx

1612-1614

Hendrick Brouwer

1614-1621

Jacques Specx

1621-1623

Leonardo Camps

1623-1633

Cornelisz. van Neijenroode

1633

Pieter van Santen

1633-1639

Nicolaes Couckebacker

1639-1641

François Caron

Inmiddels heeft Tokugawa Ieyasu in 1605 plaats gemaakt voor zijn zoon Hidetada (1579-1632), die shôgun blijft tot 1623. Tokugawa Ieyasu houdt echter tot zijn dood (1616) wel de touwtjes in handen. De Engelsen krijgen ook een handelspost op Hirado en William Adams treedt in 1613 voor 2 jaar in dienst bij de Engelse East India Company. Hij overlijdt na een ziekbed op 16 mei 1620 op zijn landgoed in Japan. Hij is van grote betekenis geweest voor de Nederlandse en Engelse betrekkingen met Japan.
Onder het bewind van Hidetada begint een grootscheepse vervolging van de Christenen. De kerken werden gesloten en de missionarissen in de ban gedaan. De "martelarie" van 1622 in Nagasaki is bekend geworden door beschrijvingen van Melchior die toen al 7 jaar in Nagasaki woonde en de meeste mensen kende. Hierbij werden de 55 Christenen levend verbrand. Tijdens het bewind van de kleinzoon van Ieyasu, Tokugawa Iemitsu (1604-1651), shôgun tot het eind van zijn leven, werd er nog een schepje boven op gedaan en werden er door het hele land vervolgingen ingesteld. Het land wordt zeer onrustig en bijv. in Shimabara brak in 1637 een opstand uit van christelijke boeren tegen de landheren wegens afpersing en onderdrukking. Een opstand die aan duizenden mensen het leven kost. Als gevolg hiervan komen er allerlei maatregelen, die er op neerkomen dat het christendom verboden wordt en alle vreemdelingen het land moesten verlaten. De Portugezen werden verbannen naar het zojuist gemaakte kunstmatige eiland Deshima, terwijl de Hollanders nog in Hirado konden blijven.
Met de bouw van Deshima werd al in 1634 begonnen. Het verhaal gaat dat toen men aan de shôgun vroeg welke vorm het nieuwe eiland zou moeten krijgen, hij als antwoord slechts met zijn waaier wuifde, met als resultaat dat Deshima de vorm van een waaier zou krijgen.

Het was Tokugawa Iemitsu die in 1635 een wet afkondigde, de sankin-kôtai, waarin werd bepaald dat alle daimyô om de zoveel tijd een langdurig bezoek aan de shôgun, dus aan Edo moesten brengen, met hun hele huishouding. Daarna kon de daimyô weer terug naar zijn landgoed, echter met achterlating van vrouw en kinderen in Edo. Deze waren dus eigenlijk gegijzelden van de shôgun. In de praktijk kwam het er op neer dat men een jaar in Edo verbleef en dan weer een jaar op het eigen landgoed en omdat deze tochten zeer kostbaar waren, hadden de daimyô geen geld voor subversieve activiteiten.

Deshima

Het kunstmatige eiland Deshima

In 1639 moesten alle buitenlanders Japan verlaten, waaronder ook iemand als Melchior van Santvoort, die toch al die tijd goede betrekkingen had onderhouden met het shogunaat. Hij zou de laatste zijn van de opvarenden van De Liefde die Japan zou verlaten, maar ook de Portugezen die op Deshima zaten werden het land uitgezet. In 1641moesten de Nederlanders verhuizen van Hirado naar Deshima. Aanleiding van de verhuizing naar Deshima zou zijn dat het Nederlandse opperhoofd François Caron een brandvrij stenen pakhuis had laten bouwen in Hirado met de woorden "Anno Domini 1639" in de gevel. Ofschoon men dit al eerder ook bij andere gebouwen had gedaan, was dit nu een reden (de vermelding van de jaartallen riekte naar verspreiding van het Christendom) om de Nederlanders te verbannen naar Nagasaki. In november 1640 kreeg Caron opdracht de gebouwen met jaartallen erop af te breken. Caron was zo slim om dit ook direct uit te voeren waardoor de schade nog beperkt bleef. Wel moest Caron en zijn Japanse vrouw Japan verlaten en er werd ingesteld dat het opperhoofd elk jaar vervangen moest worden. Op 10 februari 1641 (nog in Hirado) werd Caron vervangen door Maximiliaen Le Maire en op 15 februari vertrok hij met zijn vrouw en vijf kinderen. In maart kreeg Le Maire opdracht om ook de woonvertrekken af te breken. Op 24 juni 1641 vertrok Le Maire naar Deshima bij Nagasaki en was Hirado verleden tijd.
Nederland was nu het enige westerse land dat nog handel met Japan kon drijven. Ook China had een kunstmatig eiland in de baai van Nagasaki toegewezen gekregen en was zo in exact dezelfde positie als Nederland beland. Vanuit Deshima zouden de Nederlanders de komende jaren handel drijven met Japan maar ook hun jaarlijkse tocht naar Edo uitvoeren om de shôgun eer te bewijzen en geschenken aan te bieden. Deze jaarlijkse tochten zouden voorlopig ook de enige gelegenheid zijn voor de Nederlanders om (anders dan met één van de schepen) Deshima te verlaten. Omgekeerd was het Japanners verboden om Deshima te betreden, uitgezonderd de handelaars, tolken en later enige dames van plezier.

Links

Literatuur


kanji:

Toyotomi Hideyoshi = 豊臣秀吉; Tokugawa Ieyasu = 徳川家康;
Miura Anjin = William Adams = 三浦按針


Deze pagina is een onderdeel van Uchiyama's website over Japan

terug naar begin