Vechtsporten (overzicht)

Honkbal

Denksporten

Budo

Bujutsu
Sumo

Klik hier, als links het navigatiemenu ontbreekt.


Vechtsporten

Algemeen overzicht

In Japan maakt men onderscheid tussen 'budo' (eigenlijk budō) en 'bujutsu'. Het zijn beide een verzameling vechtsporten (of liever vechtkunst) waarbij budo (de weg van de krijger) nu gezien wordt als een verzameling moderne vechtsporten als kendo, judo, karate en aikido terwijl bujutsu (de techniek van de krijger) wordt gezien als een verzameling oude vechttechnieken, waar ook jujutsu (jioe-jitsoe) onder valt. Dat judo in de categorie budo valt en men jujutsu onder bujutsu rekent, komt doordat jujutsu uit de de tijd van samoerai stamt en judo 'pas' in 1882 is afgeleid uit jujutsu.

In deze woorden betekenen:
Bu = de krijger; Dō = de weg of de manier; Jutsu = techniek of kunst; Ju = zacht; Ken = zwaard.
Dus betekent Judō "de zachte weg", Jujutsu "de zachte techniek" en kendō "de weg van het zwaard".

In de Edo periode (rond 1600 tot 1868) lag het verschil tussen budo en bujutsu echter iets subtieler. Bujutsu was meer de vechttechniek zelf en onder budo verstond men meer de 'filosofie' van het vechten, meer een levenshouding, die de samoerai moesten volgen, niet alleen tijdens, maar vooral ook tussen de gevechten. Men moet dus bedenken dat het vechten in het algemeen en met twee zwaarden in het bijzonder is voorbehouden aan de samoerai. Zij zijn dan de enigen in Japan die twee zwaarden (een lange en een korte) mogen dragen. Samoerai zijn krijgslieden die in dienst staan van een leenheer.
Men kende toen 18 vormen van vechtkunsten, waaronder zwaardvechten, boogschieten, paardrijden, speerwerpen, maar ook verdedigingstechnieken als jujutsu.
Voor het ontstaan van bujutsu moeten we terug naar de Heian tijd (10e en 11e eeuw). De keizer, de hofadel en hoogste militairen van het land waren meer bezig met het schrijven van gedichten dan met het besturen van het land. Het was de bloeiperiode van de Japanse literatuur maar mede daardoor verzwakte de greep van de keizer op het land. De leenheren gingen eigen legertjes creėren om hun land te verdedigen en deze namen bujutsu aan als een deel van hun cultuur. In de hierop volgende periode (Kamakura periode) gingen de militairen ook meer politiek bedrijven en ging men ook verder bekwamen in de verschillende vechttechnieken. Nieuwe technieken ontstonden en bestaande technieken werden vervolmaakt en dieper bestudeerd.
Door de unificatie van Japan door Tokugawa Ieyasu (vanaf begin 17e eeuw) werden de legers van de leenheren zwakker en begonnen de samoerai zich meer toe te leggen op de filosofische kant van de gevechtstechnieken, m.a.w.  bujutsu schoof naar budo toe.

musashi

Miyamoto Musashi

Er waren twee beroemde zwaardvecht "scholen" (met ieder hun eigen stijlen) ontstaan. Eén ontwikkeld door Yague Muneyoshi, deze heette Shinkageyagyu-ryu (ryu was een stijl) en de andere stijl was van Miyamoto Musashi (1584 - 1645), de beroemde zwaardvechter uit begin 17e eeuw. Zijn stijl heette Niten'ichi-ryu. Er werden boeken geschreven over deze stijlen, die zowel de zwaardtechniek zelf beschreven als de mentale kant het zwaardvechten. Musashi  trok zich aan het eind van zijn leven terug en vlak voor zijn dood schreef hij een klein boekje 'Go Rin no Sho' (Een boek van vijf ringen), over zijn strategie van het zwaardvechten. Dit boekje is in 1981 in Nederland uitgegeven door uitgeverij Karnak. Hieruit blijkt de invloed van Zen en Shinto op de levenshouding van de samoerai.
Als er al een lange tijd vrede heerst in Japan, zo rond het midden van de 18e eeuw, verschuiven de gevechtstechnieken. Het oude zwaard verdwijnt en in de gevechtscholen wordt dit vervangen door een bamboezwaard (shinai). Aan het eind van de 18e eeuw en begin 19e eeuw neemt echter de onrust toe. Sommige willen af van het Tokugawa shogunaat en men ziet ook de druk van het buitenland om Japan open te stellen, steeds verder toenemen. Hierdoor neemt de populariteit van bujutsu weer toe en als het shogunaat omver geworpen is en de klassenverschillen (en daarmee de privileges van de samoerai) verdwijnen, verschijnen overal scholen (dojo) waar iedereen in Japan zwaardtechnieken kan leren. Ook kan iedereen jujutsu leren. De kreet "Ju, yoku go o seisu" (een zwak iemand kan een sterker iemand verslaan) werd populair. Er worden ook al competities georganiseerd, zoals bij het boogschieten.
Als de omwenteling (de Meiji restauratie) in volle gang is (eind 19e eeuw), dreigen budo en bujutsu te verdwijnen. Maar het nationalisme wordt heviger en daarmee ook de wens om de militaire geest van het volk te laten herleven. Er worden gevechtsscholen opgericht en in 1882 had Kano Jigoro de Kodokan Judo stijl ontwikkeld, een sport die afgeleid is van jujutsu. In de loop van de tijd worden sporten als kendo en judo populair en rond 1930 wordt het een verplicht vak voor jongens op school.
Na de Tweede Wereldoorlog worden de vechtsporten in eerste instantie verboden door de bezetters (Amerikanen) om de opkomst van het militarisme te voorkomen, maar na 1950 maken ze weer deel uit van schoolvakken. We zien nu dat bijv. Judo wedstrijden en toernooien kent en sinds 1964 een Olympische sport is. Bij kendo is niet winnen het hoogste doel maar het verkrijgen van een gezonde geest in een gezond lichaam en is, net als aikido en een groot aantal andere vechtsporten, internationaal wijd verspreid.

Links

Literatuur


Deze pagina is een onderdeel van Uchiyama's website over Japan
terug naar begin