Inleiding

Demografie van Japan

Alle keizers van Japan

Het keizerrijk Japan

Geologie van Japan

Alle premiers van Japan

Geografie van Japan

Japan in cijfers

Prefecturen

Het klimaat van Japan

Democratie en politiek

Klik hier, als links het navigatiemenu ontbreekt.


Demografie van Japan

Bevolkingsgroei
Natuurlijk zijn er uit de vroegste geschiedenis geen exacte cijfers bekend over de grootte van de bevolking van Japan, maar Irene Taeuber meldt in haar (min of meer standaard)boekwerk 'The population of Japan' uit 1958 dat er in het jaar 610, op bevel van keizerin Suiko (in Japan heet een keizerin overigens ook 'keizer') een volkstelling moest worden gehouden. Men kwam uit op 4.988.842 mensen. Hoe betrouwbaar dit is, is niet bekend. Vreemd is hierbij wel dat dit dan ongeveer 2 miljoen mannen zijn tegen 3 miljoen vrouwen. Aan de hand van kronieken over belastingen e.d. schat men dat dit aantal 600 jaar later is gestegen tot nog geen 10 miljoen en aan het begin van de Tokugawaperiode denkt men aan 18 miljoen inwoners. Deze periode onder het regime van het Tokugawa shogunaat bracht rust en stabiliteit, hetgeen een verdere groei van de bevolking met zich meebracht. Rond 1720 wordt de bevolking op 26,5 miljoen mensen geschat. In het laatste deel van de Tokugawaperiode, die afloopt in 1868, is de macht van de shŰgun verzwakt, de autoriteiten verhogen de belastingen (het oogstdeel dat door de boeren moet worden afgedragen), maar door misoogsten ontstaat er veel armoede en hongersnood. De arme gezinnen, die nog net genoeg hebben om niet dood te gaan, grijpen naar 'mabiki', ofwel kindermoord en in 1792 is het aantal inwoners gezakt naar 24,9 miljoen. Natuurlijk wordt dit niet alleen veroorzaakt door 'mabiki' maar is dit in het algemeen het gevolg van de limieten die men bereikt had bij de productie van voedsel, in casu de rijst, door beperkte beschikbare landbouwgronden en daarnaast nog eens door tegenslagen bij de oogsten. Na een lichte stijging tot 27 miljoen in 1828 blijft het inwoneraantal lang constant. Pas na de omwenteling (Meiji restauratie in 1868) ontstaat een stijging. In 1878 telt men ruim 34 miljoen Japanners en in 1900 bijna 45 miljoen en in 1926 zijn het er 60 miljoen.

Bevolking van Japan
(x 1000)

Jaar

Aantal inw.

Jaar

Aantal inw.

Jaar

Aantal inw.

Jaar

Aantal inw.

610

5.000

1930

64.450

1970

104.665

2002

127.480

~1300

9.750

1935

69.250

1975

111.940

2003

127.690

~1590

18.000

1940

71.930

1980

117.060

2004

127.780

1750

25.900

1945

72.150

1985

121.050

2005

127.768

1800

25.500

1950

84.115

1990

123.610

2006

127.770

1872

27.200

1955

90.080

1995

125.570

2007

127.771

1920

55.960

1960

94.300

2000

126.930

2008

127.692

1925

59.740

1965

99.210

2001

127.310

2010

127.176

Voor de getallen in bovenstaande tabel is gebruik gemaakt van het Statistical Yearbook of Japan 2007 en 'The Population of Japan' van Taeuber. De cijfers zijn afgerond t.o.v. de originele en die t/m 1750 zijn benaderingen. Daarna  komen de getallen uit volkstellingen. Het getal voor 2010 is een verwachting.

Emigratie
Door de snelle bevolkingsgroei voorzag de Japanse overheid een aantal problemen en men begon wegen te zoeken om die groei wat te beperken. Een van de maatregelen die men kon bedenken was (naast industrialisatie) emigratie. In feite had men vanaf de Meiji-omwenteling de grenzen t.b.v. emigratie open gezet, maar dit begon pas aan het eind van de 19e eeuw daadwerkelijk op gang te komen. Landen die in aanmerking kwamen waren Amerika en Canada maar ook Hawaii en AustraliŽ waren in trek. In Hawaii kon men op de suikerplantages werken en in 1886 kwam er een overeenkomst tussen de Japanse overheid en de suikerplantages om te zorgen voor 180.000 Japanners tegen 1909 (bron: The American Immigration Law Foundation en de State of Hawaii Encyclopedia). Hoewel het werk zwaar was en er ook veel Japanners vůůr de afloop van hun contract weggingen, werd het contingent Japanners in Hawaii erg belangrijk. In 1924 was 40% van de bevolking van Hawaii van Japanse afkomst. Ook in CaliforniŽ vestigde zich een groot aantal Japanners, maar de lokale bevolkingen keerden zich echter tegen de grote groep Japanners. Enerzijds was dit ontstaan door hun geringe assimilatie maar daarnaast vormden zij door hun werklust en succes een potentiŽle dreiging voor de autochtonen op de arbeidsmarkt. Het resultaat was het instellen van een quotum, waardoor de Japanners andere emigratielanden moesten zoeken. Men richtte zich nu op Zuid-Amerika, op landen als BraziliŽ en later Peru. Naar Peru trokken zo'n 50.000 Japanners en naar BrazliŽ waren het honderdduizenden, doordat de emigratie nog steeds door de overheid werd gestimuleerd. Later werden dat er minder want ook in BraziliŽ werden quota ingesteld, maar in 1940 zaten er nog steeds 20.000 Japanners in Peru en 193.000 in BraziliŽ (bron: The Population of Japan).

Moderne tijd
Vlak na de Tweede Wereldoorlog kreeg men in Japan, net als in de westerse landen, te maken met een baby-boom. In diezelfde tijd kregen de Japanners van de Amerikaanse bezetter medische en sociaal-economische hulp, hetgeen resulteerde in een sterke bevolkingsgroei. Zeker in een tijd zo vlak na de Tweede Wereldoorlog, waarin men nog weinig toekomstperspectieven zag, leek dat niet gewenst en vanaf 1949 werd abortus niet alleen gelegaliseerd maar zelfs gestimuleerd. We zien dan ook in onderstaande grafiek een sterke afname van de bevolkingsgroei, vanaf 1950 tot ongeveer 1957. Dan stabiliseert het zich met een lichte opleving rond 1973. Dit is een tweede baby-boom effect: de baby-boomers krijgen dan kinderen. Daarna wordt de groei weer steeds kleiner en komt zelfs rond de nul in 2005. Deze laatste daling is voornamelijk het gevolg van het stijgende gebruik van anticonceptiemiddelen. Vanaf 2005 zien we een daling in het inwoneraantal van Japan. Was het in 2005 nog 127.760.000, in juli 2006 schatte men het aantal inwoners op 127.463.600.

Bevolking van Japan grafisch

Hi-no-e uma
Een vreemde neerwaartse piek in de groei is in 1966 te zien. 1966 was het jaar van 'hi-no-e uma', hetgeen 'oudere broer van vuur' met het jaar van het 'paard' betekent. Dit is een aanduiding van een jaar volgens de oude Japanse kalender, waar veel Japanners overigens nog rekening mee houden. Elke jaaraanduiding komt om de 60 jaar terug. Een meisje dat in een 'hi-no-e uma' jaar wordt geboren, zou een ongelukkige toekomst hebben, vandaar het geringere aantal geboortes, want al geloof je er niet echt in, je kunt er voor de zekerheid toch rekening mee houden.

De toekomst en  de vergrijzing
Japan heeft natuurlijk, waarschijnlijk zelfs in grotere mate dan de westerse landen, te maken met de vergrijzing. Dit heeft een aantal oorzaken. Japan laat nauwelijks immigranten toe en normaal gesproken zijn dit meestal jonge mensen. Het geboortecijfer is al jaren erg laag. Hierboven in de grafiek staat het aantal geboortes per 1000 inwoners, maar als we die uitdrukken in kinderen per vrouw, komen we voor Japan op 1,25 terwijl 2,1 nodig is om de bevolking op hetzelfde niveau te houden (in Nederland is dit 2,66). De levensverwachting in Japan is erg hoog. Op dit moment is de levensverwachting in Japan voor mannen 79 jaar en voor vrouwen bijna 86 jaar. Eťn op de vijf Japanners is ouder dan 65 jaar en hiervan zijn zelfs al meer 36000 Japanners ouder dan 100 jaar. Deze aantallen stijgen alleen maar. Dit kan allerlei problemen oproepen, zowel financiŽle als sociale. Een typisch Japans probleem kan ontstaan doordat de ouderen vroeger, veel meer dan bij ons, bij de kinderen kwamen of bleven wonen en door de kinderen werden verzorgd. De laatste tijd blijven steeds meer ouderen op zichzelf wonen maar hebben wel hulp nodig. Onderstaande afbeelding toont duidelijk de verwachte vergrijzing. In 2050 bestaat, volgens deze verwachting, de Japanse bevolking voor ongeveer 1/3 deel uit 65-plusssers en volgens een andere (hier niet getoonde) extrapolatie zou deze groep in het jaar 2100 dan zelfs de helft van de totale bevolking uitmaken.

De bevolkingsopbouw in 1950, 2005 en 2050 (verwacht)

Opbouw van de bevolking in piramiden

Men heeft ook een schatting gemaakt van de bevolkingsgroei in de toekomst. Deze zien we in onderstaande tabel weergegeven. Sinds 2005 overtreft het sterftecijfer het geboortecijfer en dit zet zo door volgens deze verwachtingen. De Japanse regering gaat, al of niet via ongelukkige opmerkingen over 'vrouwen als geboortemachines' (opmerking minister van gezondheid Yanagisawa Hakuo in februari 2007), proberen om het geboortecijfer weer omhoog te trekken.

Geschat aantal inwoners van Japan (2010 - 2100)
(x 1000)

Bron: National Institute of Population and Social Security Research.

2010

2020

2030

2040

2060

2080

2100

127.470

124.110

117.580

109.340

91.590

74.930

64.140

Volgens deze verwachtigen zouden er in het jaar 2100 slechts 64 miljoen Japanners wonen in Japan. Of dit inderdaad zo zal gaan, is natuurlijk afhankelijk van allerlei factoren, maar het zou goed zijn om daar rekening mee te houden, hetzij door dit bijtijds proberen om te buigen of door er rekening mee te houden in de sociaal-economische structuren, maar het eerste zal ongetwijfeld de voorkeur verdienen.

Voor veel informatie van deze pagina is gebruik gemaakt van Statistical handbook of Japan 2006 en 2007
en The World Factbook (zie de links).

Links


Deze pagina is een onderdeel van Uchiyama's website over Japan
terug naar begin